Stap 1: schrijf eerst, ontwerp later
Open geen enkele bouwer voordat je weet wat er op je site moet staan. Schrijf in een tekstbestand op wat je aanbiedt, voor wie, en wat iemand moet doen als hij geïnteresseerd is. Vier pagina’s brengen je verrassend ver: een startpagina, een pagina over je aanbod, een over jou of je bedrijf, en een contactpagina.
Doe je dit niet, dan ga je vormgeven om lege blokken heen en zit je uiteindelijk teksten te bedenken die in een ontwerp moeten passen. Dat levert altijd slechtere teksten op.
Stap 2: domeinnaam en hosting
Je domeinnaam is het adres, je hosting is het pand. Kies een korte naam zonder streepjes en cijfers, en check meteen of hij vrij is. Bij een hostingpakket krijg je je eerste domeinnaam vaak het eerste jaar gratis.
Voor een eerste website is een instappakket ruim voldoende. Ga je later een webshop draaien, dan schaal je op; dat kan meestal binnen een dag en je betaalt alleen het verschil.
Stap 3: WordPress installeren
Bij een WordPress-pakket staat het er al op als je je inloggegevens krijgt. Op een gewoon hostingpakket installeer je het zelf via Installatron in cPanel: domein kiezen, mapveld leeg laten, gegevens invullen, klaar.
Gebruik nooit admin als gebruikersnaam. Dat is de eerste naam die een aanvalsscript probeert. Kies een sterk wachtwoord uit een wachtwoordmanager en zet de automatische beveiligingsupdates meteen aan.
Stap 4: een thema kiezen
Kies een eenvoudig thema en pas het aan, in plaats van het zwaarste sjabloon met tweehonderd voorbeeldpagina’s. Dat laatste ziet er in de demo prachtig uit, maar sleept een berg code mee die je site traag maakt en die je nooit helemaal begrijpt.
Je kunt van thema wisselen zonder je teksten kwijt te raken. Je vormgeving raak je wel kwijt, dus doe die keuze liever één keer goed.
Stap 5: plug-ins, maar met mate
Er is voor bijna alles een plug-in en dat is precies het probleem. Elke plug-in is code van iemand anders die op jouw server draait en die je moet bijhouden. Vier of vijf goede plug-ins zijn beter dan twintig middelmatige.
Wat je meestal wel nodig hebt: caching, een formulier, iets voor je vindbaarheid, en iets dat inlogpogingen beperkt. Verwijder wat je niet gebruikt in plaats van het uit te zetten; uitgezette plug-ins blijven een openstaand lek.
Stap 6: controleren en live
Bekijk je site op je telefoon voordat je hem deelt. Meer dan de helft van je bezoekers komt daarop binnen, en het is de plek waar ontwerpfouten het hardst opvallen.
Loop daarna je formulieren na, klik je menu’s door en controleer of het slotje in de adresbalk staat. Dat laatste regelen wij automatisch, maar controleren kost je vijf seconden.
De vier valkuilen
Te veel plug-ins. De belangrijkste oorzaak van trage en gehackte sites.
Grote afbeeldingen. Een foto van vier megabyte direct uit je camera maakt je pagina onbruikbaar op mobiel. Verklein voor je uploadt.
Geen back-up voor een update. Bij ons draaien ze dagelijks, maar maak er zelf ook een vlak voordat je iets ingrijpends doet.
Uitstellen van live gaan. Een site die nooit af is, gaat nooit online. Zet hem live als hij klopt, niet als hij perfect is.